De basis van de gemeentestructuur wordt gevormd door de huiskringen. Ieder volwassen gemeentelid is opgenomen in zo’n kring (ongeveer tien personen), die om de week samenkomt.

Deze kringenstructuur is een Bijbels gegeven. De eerste christengemeente kwam naast de grote samenkomst in de tempel ook dagelijks in de huizen bijeen in kleinere groepen, voor onderwijs, onderling contact, het avondmaal en gebed. Het is een effectieve manier om de gemeente te organiseren en alle leden daarbij te betrekken. Op deze wijze groeien de gemeenteleden in het kennen van God en hun naastenliefde, twee belangrijke doelen van de kringen.

Op de kringen is er zorg voor elkaar, praktisch en geestelijk. Denk daarbij aan het voor en met elkaar bidden, het gezamenlijk leren uit de Bijbel, maar ook door het tonen van gastvrijheid. Daarnaast is het ontdekken en beoefenen van gaven en talenten belangrijk binnen de kringen. De indeling van de huiskringen is meestal naar regio of woonplaats.